Ederein zienen eigen gek.
Drie dames zetten voorzichtige stappen buiten de muren van het station.
Ogenblikkelijk worden ze omvergeblazen door iets wat veel weg heeft van een tsunamie. Een tsunamie van geluid.
Er is geen ontkomen aan.
Ze worden opgenomen, omvergeblazen, meegetrokken, overspoeld door een geluidsorgie. Soms komen ze even bovendrijven en zien ze elkaar ergens verderop kopje onderduiken, aanspoelen weer wegdrijven maar onherroepelijk ten onder gaan in die onstuitbare geluidsstroom.
Ik zit in de voorstelling "ederein zienen eigen gek" van Toneelgroep Maastricht.
Drie actrices verbeelden de aankomst van dames van buiten Maastricht tijdens de dagen van het jaarlijkse carnaval. Dat buiten is in dit geval Amsterdam of Rotterdam of wie weet Groningen. Hoe dan ook een stad ergens in het westen van Nederland. Niet uit Brabant en zeker niet uit Limburg.
De dames zijn naar Maastricht afgezakt om eindelijk eens dat merkwaardige vreemde opmerkelijke carnaval te bezoeken.
Nou, ze zullen het geweten hebben.
Deze ploeg acteurs samen met hun regisseur, ontwerpers, dramaturg en wie nog al niet bij zo’n productie betrokken is, deze theatermakers tonen ons niet alleen hoe je meegenomen wordt in die roes, in die de zielreinigende jaarlijkse euforie van klank en kleur en onzin, die adrenalineboost, dat platform waar ieders eigen gek zijn juiste plek vindt.
Deze theatermakers tonen wat een buitenstaander meemaakt wanneer hij in een andere cultuur terecht komt.
Zij die hiervandaan komen krijgen een bril opgezet waarmee ze met nieuwe ogen naar zichzelf kunnen kijken.
Zij die hier niet vandaan komen krijgen een inburgeringcursus zo kom je er nergens een tegen.
Als ik jou was zou ik gewoon gaan kijken. Niet teveel over nadenken, een ticket kopen en je laten onderdompelen in iets bijzonders.
Welke taal je spreekt maakt niet uit. Het is verstaanbaar, begrijpbaar, invoelbaar in alle talen.
Ederein zienen eigen gek.
Guido Wevers
16-01-2012