“De stad gonst en bonst”, schreef Pierre Kemp ooit.
En voegde eraan toe: “van de verchristelijkte bronst”.
“De stad is weer een groot beminnen”.
Afgelopen week had ik het voorrecht een dag in Milaan te zijn.
Die dag viel midden in de jaarlijkse design-week.
En daar in Milaan schoten mij de zinnen van Kemp door het hoofd.
Milaan gonste en bonste. Veel opgewonden stemmen, veel gezoen.
Groepjes mensen die samen klonterden, vrienden van vrienden die zich aan elkaar voorstelden.
Ieder heeft zich gekleed, opgemaakt, iets bijzonders aangetrokken, want ze willen erbij zijn.
Hier is het te doen deze week. Hier is iets bijzonders en daar wil iedereen bij zijn. En er was ook echt wat te zien.
De stad gonste en bonste en was één groot beminnen.
Wat de stad Maastricht in vlam zet één keer per jaar is die verchristelijkte bronst, het carnaval.
Wat Milaan in vlam zet, is de Designbeurs.
Schoonheid, adembenemende schoonheid, slimheid, soms zelfs genialiteit maar ook sluwheid in vormgeving.
Het carnaval zit me ergens onder de huid, het lucht ieder jaar mijn ziel en geeft energie voor maanden.
Als er iets me dierbaar is, dan is het wel carnaval.
Maar ik gun de stad Maastricht ook dat ze gonst en bonst om de rijkdom van een cultuur die haar bij de haren vast neemt, optilt en naar adem doet snakken.
En Maastricht wil dat.
Daarom gaat ze samen met de partnersteden en provincies uit de regio Maas-Rijn voor Culturele Hoofdstad van Europa 2018.
Want als de stad en regio het echt wil, dan bonst en gonst het en zal het één groot beminnen zijn.
Guido Wevers
18 april 2011