Pas tegen half zeven werd het donker, echt donker.
Een plukje mensen loopt het Jekerdal in richting Kanne.
Het klankenfestival Jekerpoort lokt ons de nacht in.
En daar, op de brug, ergens halverwege Maastricht en Kanne, ter hoogte van de oude molen waar het water klutst en gutst, kijken we naar een film die zo van Leni Riefenstahl geweest had kunnen zijn. Mensen die de lucht in duiken, sierlijk, twee aan twee elkaar rakend in de ruimte. Duiken als schoonheid, terwijl vuren knetteren, gedichten klinken, water klotst.
De krochten van de Jeker worden geopend. Daar in het donker van deze februari zondagavond.
Stop.
De krochten van het Jekerdal worden niet geopend.
Zij, de kunstenaars, de dichters, de musici dwingen mij, de toeschouwer, om zelf de krochten van het Jekerdal te openen. De verleidelijke romantiek dwingt mij af te dalen naar dieptes waar ik misschien wel helemaal niet in af wil dalen. Ik, de toeschouwer, word voor het blok gezet. Niets is wat het lijkt.
Anders dan hoe ik kwam, loop ik naar huis. Met een hoofd vol beelden, met veel vragen over wat was en hoe het zo gekomen is.
Dat is wat kunst met een mens kan doen.
Toen begon het te sneeuwen.
De laatste sneeuw van de winter?
Guido Wevers
21 februari 2011