Blog

Pippo, stoad da oep menne kop of wa?

“Pippo, stoad da oep menne kop of wa?”
Leest u deze zin eens luidop.
“Stoad da oep menne kop?”. Waar komt dat dialect vandaan?
Wacht, juist ja, dat is een klank uit de buurt van St. Truiden.
Om heel precies te zijn, als je van St. Truiden naar Luik rijdt over de Chaussee d'Amour, die weg die uiteindelijk in Ans uitkomt voordat je Luik binnen duikt, die streek, dat gebied.
Van de Chaussee d'Amour is trouwens niet veel meer overgebleven.
Ze liggen er nog de “kabberdouchkes”, de hoerenkoten met hun rose lichten en etalagedames, maar de fut is er uit.
De fut is sowieso uit dat gebied.
Er hangt een wat groezelige sfeer, louche handel ingebed in een prachtig landschap met carré boerderijen maar bevlekt met puisten, met rotzooi die nooit meer opgeruimd raakt.
“Pippo, stoad da oep menne kop of wa?”
In de film Rundskop, de openingsfilm van het Made in Europe filmfestival, spreekt het hoofdpersonage ergens midden de film deze zin uit. Rundskop is het debuut van de jonge Belgische cineast Michael R Roskam. En het is meteen raak.
Het lijkt wel alsof Roskam in de leer geweest is bij de Luikse Les Freres Dardennes. U weet wel die filmbroers die een norm gezet hebben binnen de Europese film met verhalen ingebed in een sterk sociale context. In hun eentje hebben ze de Luikse filmscène groot gemaakt.
En nu is er een opvolger, zo lijkt het.
Wat mij raakt, is dat deze filmmakers, Dardennes en nu ook Roskamp, de toon, de eigenheid, de taal, de sociale achtergrond van deze regio gebruiken, nee sterker nog, nodig hebben om hun verhaal te vertellen.
Zoals Ken Loach in de 70-er jaren met zijn sociale films een indringend beeld schetst van het Engeland van die tijd zo schetsen deze filmmakers een beeld van deze regio en heel specifiek van  het gebied rond Luik en dan de Chaussee d' Amour af terug richting St. Truiden.
Een tijd geleden las ik dat de stad New York er veel voor over heeft  filmmakers te verleiden om  in New York hun films op te nemen.
Ik dacht: New York heeft dat toch niet nodig. If you make it there you can make it everywhere.
Maar filmmakers verbeelden het wezen van een stad. En het is de stad NY  er verdomd veel aan gelegen om blijvend de ziel van hun stad te tonen.
En geef toe: de films van Bertolucci  zorgden er voor dat de Italiaanse landschappen ons in het geheugen gegrift staan, en films als “La Meglio Gioventù” tekenen blijvend voor ons de Italiaanse ziel uit.
Filmmakers tonen in beelden het wezen van een gebied.
Rundskop doet dat met de Euregio. (U zult met verbazing naar de landschappen kijken, landschappen die u zo bekend zijn. De cameraman verdient een aparte vermelding). Het mooie is dat  echt goede films tegelijkertijd het gebied overstijgen. Zo gaat dat altijd met grote kunstwerken. Ze zijn verbonden met iets heel concreets, met een gebied, met mensen, met een taal, met een verhaal maar verbeelden zo dat het concrete een algemene geldigheid krijgt.
Op weg naar Culturele Hoofdstad 2018, waar we een poging doen de ziel van deze Euregio uit te tekenen, is deze film een meer dan bijzonder voorbeeld. En los daarvan is het een meer dan bijzondere film. De avond dat ikzelf de film zag, verlieten wij met zijn allen, aangeslagen de bioscoop.
“Pippo, stoad da oep menne kop of wa?” Die zin zult u na afloop niet snel vergeten.
Guido Wevers
21 maart 2011